of:
home
zoeken
spoorkaart
spoorlijnen
tijdlijn
typen stations
reisplanner
nieuws
agenda
te koop
bronnen
links
literatuur
FAQ
contact
gastenboek
inloggen
overig
© disclaimer

stationsgebouw III Almelo

gebouwd in: 1962
architect: K. van der Gaast (1923 - 1993)

Een prominente, strakke overkapping die het ontvangstgebouw helemaal en de voorrijruimte gedeeltelijk overdekte. Een nieuw element dat hier gestalte kreeg, is dat de kap ook een gedeelte van de voorrijstrook overhuifde. De dienstgebouwen blijven op het reeds oudere perron.

Het gemeentebestuur en de NS wilden een groot voorplein om ruimte te bieden aan een busstation. Dit was mogelijk door het station enkele tientallen meters naar het westen te verplaatsen in de richting van het goederenemplacement. De Egbert Gorterstraat verloor, stedenbouwkundig gezien, hierdoor zijn visuele eindpunt. Ter compensatie werd in de nieuwbouwplannen een wand ontworpen parallel aan de spoorbaan. In deze wand kwam het buskantoor met wachtkamer en buffet voor de busreizigers. De wand vormt tezamen met het ontvangstgebouw van de NS, dat er loodrecht op staat, een rechthoekige afsluiting van het stationsplein. In 1907 was het spoorwegemplacement voor het laatst veranderd. Er was toen een ruim bemeten eilandperron aangelegd waarop de wachtruimten en dienstgebouwen waren geconcentreerd. Dit eilandperron, voorzien van een sierlijke kap, was van het ontvangstgebouw gescheiden door een spoorbaan. Omdat het bleef gehandhaafd, hoefde het nieuwe ontvangstgebouw alleen onderdak te bieden aan het plaatskaartenkantoor met loketten en de bagage- en snelgoedafdeling. Door de verplaatsing naar het westen werd het station enigszins weggedrukt naar de rechterkant van het plein. Dit was de reden waarom werd gekozen voor een grootschalige, expressieve constructie om toch overwicht op de ruimte en de omgeving te verkrijgen. Hij ontwierp een prominente, strakke overkapping die het ontvangstgebouw helemaal en de voorrijruimte gedeeltelijk overdekte. Een nieuw element dat hier gestalte kreeg, is dat de kap ook een gedeelte van de voorrijstrook overhuifde. Het station als knooppunt van vervoer, waar gemakkelijk en droog kon worden overgestapt van het ene vervoermiddel op het andere, werd op deze wijze mogelijk gemaakt. Aan de zijde van het perron wordt het complex afgesloten door een lagere overkapping, waaronder een lange, doorzichtige glaswand. Vanaf het voorplein blijft er zicht op de bedrijvigheid op de perrons. De kap strekt zich uit boven de transparant gehouden ruimten. Vanaf de straatzijde zijn de treinen en de reizigers op de perrons, en ook het inwendige van het ontvangstgebouw zichtbaar. Het station vormt geen obstakel tussen stad en spoor, het idee van doorgangsruimte is hier bijzonder duidelijk vorm gegeven. Bovendien is er een visuele aansluiting ontstaan bij de bestaande kap van het perroneiland: de lage overkapping is gelijk aan de halve hoogte van de perronkap. Het skelet van het lichte, doorzichtige ontvangstgebouw is van staal. De kap is het meest in het oog springende element. De brede, metalen platen van de dakdelen rusten op een zware kokervormige onderslagbalk, die ondersteund wordt door V-vormige kolommen. De platen worden afgewisseld door glasstroken, waardoor het geheel licht blijft. De bestanddelen van metaal en glas zijn in de fabriek gemaakt en op de bouwplaats gemonteerd. Vorm en materiaalgebruik sluiten aan bij het moderne imago dat de NS wilde benadrukken. Een ander aspect is dat de toegepaste materialen niet snel vuil worden en gemakkelijk schoon te houden zijn, eigenschappen waar Van der Gaast steeds grote waarde aan hechtte. Ook bij dit station ontbreekt het verticale element niet. De plaats van de beide tunnels wordt gemarkeerd door een 25 meter hoge toren, die op de scheidingswand tussen de tunnelbuizen rust. Deze toren van gewapend beton en bekleed met zwart verglaasde stenen is opgebouwd uit twee pijlers van ongelijke breedte die bovenaan met elkaar zijn verbonden. Het uurwerk op de toren heeft neon wijzers en uurtekens. In de hal, boven de trap naar de reizigerstunnel, is een glasappliqué aangebracht van de hand van Willem Heesen. De wuivende figuren zijn gekleurd met pigmentpoeder (overwegend blauw, hier en daar groen) tussen blanke ruiten.

adres:Stationsplein 1
7607GD Almelo
Klik hier voor een kaartje

1962
1962
1963
1963
1963
1964
1964
1964
1965
1965
1965
1965
1970
1970
1975
1977
1993
1995
1999
2000
2001
2003
2005
2007
2007
2009
2009
2009
2009
2009
2012
2013
2013
2013
2013
2013
2013
2013
2013
2013
2013
2013
2013
2013
terug naar station Almelo