Geavanceerd
spoorkaart
spoorlijnen
tijdlijn
typen stations
reisplanner
stationschefs
nieuws
bronnen
links
literatuur
FAQ
contact
overig
© disclaimer
Loopbaan van Eduard Penders

Loopbaan van Eduard Penders

Leefde van 1874 (Geleen) tot 1968 (Sittard) Werkzaam van 1891 tot 1931. Personeelsdossier bij Het Utrechts Archief (Stamboeknummer: 9721)
stationfunctievantot
Kruiningen- Yersekestationschef16 nov 19131 mei 1916
Swalmenstationschef1 mei 191616 jun 1922
Eijsdenstationschef16 jun 192225 okt 1923
Vlodropstationschef25 okt 19231 apr 1927
Echtstationschef1 apr 19271 sep 1931

Reacties (1)

coen thevissen30 aug 2026
Uit het boek:
De mensen van het spoor Spoorwegbeambten van station Vlodrop en hun families

Voorwoord
De geschiedenis van station Vlodrop is meer dan een verhaal over rails, treinen en een grensstation aan de IJzeren Rijn. Achter het spoor stonden de mensen die ervoor zorgden dat alles bleef rijden: de rangeerders, telegrafisten, klerken, wagenmeesters, seinhuiswachters, ladingmeesters en vele anderen. etc etc. Dit boek is een poging om hun namen en verhalen te bewaren. Want achter iedere trein die in Vlodrop stopte, stonden mensen. Mensen met een beroep, een gezin, een huis en een eigen levensverhaal. Dit is hun verhaal.

Eduard Penders 687 00 spoorwegen
- Geboren 07-12-1874 Geleen
- overlijden 17-05-1968 Sittard

Eduard Penders van wachtpost 28a naar stationschef van Vlodrop
Jeugd en afkomst
Op 7 februari 1874 trouwen in de gemeente Geleen de landbouwer Frans Joseph Penders, geboren op 27 november 1850 in Oirsbeek, en Anna Catharina Ronden, geboren op 11 november 1850 in Geleen. Het echtpaar krijgt tien kinderen: vijf jongens en vijf meisjes. De eerste vier kinderen worden geboren in het gehucht Krawinkel, in de gemeente Geleen. Daarna verhuist het gezin naar Nieuwstadt. Hun eerste kind, Eduard Penders, wordt op 7 december 1874 in Krawinkel geboren, samen met zijn tweelingzus Anna Elisabeth.
Een gezin bij de spoorlijn
De verhuizing naar Nieuwstadt houdt verband met het werk van moeder Anna Catharina. Op 15 juli 1879 treedt zij als wegwachteres in dienst bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, kortweg de Staatsspoorwegen (SS). Haar standplaats wordt wachtpost 28a in Nieuwstadt, gelegen aan de in 1865 geopende spoorlijn Maastricht-Venlo. Tot haar leeftijdsontslag op 27 november 1915 blijft zij aan deze wachtpost verbonden. Ook haar echtgenoot Frans Joseph Penders werkt bij de Staatsspoorwegen. Hij begint op 16 mei 1876 als wegwachter bij wachtpost 29, eveneens aan de spoorlijn Maastricht-Venlo. Vanaf 1 november 1891 wordt deze standplaats aangeduid als wachtpost 29a. Op 6 juni 1910 wordt hij overgeplaatst naar ploeg 17, waar hij als wegwerker aan de slag gaat. Op 1 augustus 1915 keert hij terug naar de functie van wegwachter, met als nieuwe standplaats wachtpost 28a. Daarmee werken man en vrouw in de laatste maanden van hun loopbaan opnieuw op dezelfde plaats. Beiden gaan in november 1915 met pensioen.
Eduard kiest voor de spoorwegen
Ook zoon Eduard kiest voor een loopbaan bij de Staatsspoorwegen. Op 8 mei 1891 begint hij op station Sittard als surnumerair. Dit is een administratieve leerlingfunctie die bedoeld is als eerste stap naar een loopbaan binnen de spoorwegdienst. Voorafgaand aan zijn aanstelling heeft Eduard op 15 april 1891 het surnumerair-examen, deel A, met goed gevolg afgelegd. Hij beheerst op dat moment het Nederlands en de beginselen van het Frans. Op 13 december 1892 slaagt hij vervolgens voor deel B van het examen met vreemde talen. Zijn loopbaan ontwikkelt zich snel. Op 1 oktober 1891 wordt hij overgeplaatst naar Feijenoord, nog steeds als surnumerair. Op 1 november 1891 keert hij terug naar Sittard, waar hij inmiddels als klerk-telegrafist 3e klas werkzaam is. Vervolgens werkt hij in dezelfde functie op verschillende stations. Op 1 november 1892 wordt hij overgeplaatst naar Rotterdam-Muiderpoort. Op 8 juni 1893 volgt Feijenoord, waarna hij op 15 september van datzelfde jaar naar Helenaveen gaat. Op 22 juli 1895 wordt Arnhem zijn standplaats. Op 1 juni 1898 keert Eduard terug naar Limburg en wordt Roermond zijn standplaats. Daar blijft hij tot 1 januari 1899 werkzaam als klerk-telegrafist 3e klas. Vervolgens wordt hij bevorderd tot klerk-telegrafist 2e klas. Deze functie bekleedt hij tot 1 mei 1899. Op die datum wordt hij overgeplaatst naar Maastricht, waar hij wordt aangesteld als goederenklerk 3e klas. Zijn verblijf in Maastricht duurt echter slechts enkele maanden. Op 1 september 1899 keert hij terug naar Roermond. Daar ontwikkelt zijn loopbaan zich verder binnen de goederen- en stationsdienst. Op 1 december 1904 wordt hij goederenklerk 2e klas. Vanaf 1 juli 1907 is hij werkzaam als goederenklerk zonder verdere klasseaanduiding. Op 15 januari 1911 volgt zijn benoeming tot goederenklerk-stationsassistent. Op 1 april 1912 wordt Eduard in deze functie overgeplaatst naar Venlo. Daarmee begint een nieuwe fase in zijn loopbaan, die uiteindelijk zal leiden tot zijn benoeming tot stationschef.
Huwelijk met Elisabeth
Tijdens zijn jaren in Roermond leert Eduard zijn toekomstige vrouw kennen. Op 9 augustus 1898 verhuist hij vanuit Arnhem naar Roermond en gaat hij wonen bij de familie Quicken-Helwegen in de Veldstraat. De familiegeschiedenis van dit gezin begint bij Casper Gramtinne, een steenhouwer, die op 25 januari 1870 in Roermond trouwt met Anna Catharina Hubertina Helwegen. Het echtpaar krijgt vier kinderen. Casper overlijdt op 14 maart 1888. Op 6 oktober 1891 hertrouwt de weduwe met de Roermondse slager Henricus Hubertus Quicken en gaat bij hem in de Veldstraat wonen. Alleen haar dochter Elisabeth Maria Hubertina Gramtinne, geboren op 10 mei 1876 in Roermond, verhuist met haar moeder mee. Wanneer Eduard in 1898 bij het gezin intrekt, leert hij Elisabeth kennen. Van 1 mei tot 16 september 1899 woont hij tijdelijk in Maastricht, maar daarna keert hij terug naar Roermond en de Veldstraat. Op 27 mei 1902 trouwen Eduard Penders en Elisabeth Maria Hubertina Gramtinne in Roermond. Na hun huwelijk trekken zij in bij Elisabeths moeder en stiefvader aan de Veldstraat 13. In de daaropvolgende jaren verhuist het gezin verschillende keren binnen Roermond. Achtereenvolgens wonen zij aan de Willem II-singel 27, de Pollardstraat 11, de Godsweerdersingel 12 en opnieuw aan de Veldstraat 15. Op 3 december 1912 verlaat het gezin Roermond en verhuist het naar Venlo, waar Eduard sinds 1 april van dat jaar werkzaam is.
De stap naar Zeeland
De periode in Venlo duurt echter niet lang. Op 16 november 1913 vertrekt Eduard naar Zeeland, naar station Kruiningen-Yerseke. Hij wordt daar aangesteld als goederenklerk-stationsassistent en stationschef op proef. Op 1 januari 1914 volgt zijn benoeming tot eerste haltechef. Vanaf 1 maart 1914 is hij officieel stationschef 3e klas. Daarmee maakt Eduard de belangrijke overstap van de goederen- en stationsadministratie naar de leiding van een station. De naamgeving van het station kent overigens een opmerkelijke ontwikkeling. Vanaf juni 1892 wordt naast Kruiningen steeds vaker de naam Kruiningen-Yerseke gebruikt. Op 1 mei 1911 wordt Kruiningen-Ierseke de officiele stationsnaam. In de personeelsgegevens wordt de standplaats van Eduard aangeduid als Kruin Yerseke. De latere officiele naam Kruiningen-Yerseke wordt pas vanaf 29 september 1957 gebruikt.
Terug naar Limburg
De Zeeuwse periode blijkt uiteindelijk tijdelijk. Op 1 mei 1916 wordt Eduard stationschef 3e klas in Swalmen. Daarmee keert hij terug naar Limburg. Op 16 juni 1922 volgt zijn benoeming tot stationschef 2e klas in Eijsden. Ruim een jaar later komt hij naar Vlodrop. Op 25 oktober 1923 wordt Eduard daar aangesteld als stationschef 2e klas.
Stationschef in Vlodrop
Eduards benoeming in Vlodrop vindt plaats in een periode waarin het station een groot deel van zijn vroegere betekenis heeft verloren. Na de Eerste Wereldoorlog is het internationale treinverkeer aan de grens met Duitsland sterk verminderd. Het aantal reizigers is gering en ook het goederenvervoer stelt veel minder voor dan in de jaren waarin Vlodrop nog een belangrijke schakel vormde in het grensoverschrijdende verkeer. Ook de omvangrijke houtaanvoer via Vlodrop is na de grote brand op de Meinweg in 1911 sterk teruggelopen. Het grensverkeer is bovendien aan strenge beperkingen onderworpen. Slechts enkele malen per week passeert, met bijzondere toestemming, een kolentrein vanuit de mijn Sophia-Jacoba bij Hockelhoven via Wassenberg en Dalheim de grens. Voor een stationschef moet Vlodrop in deze jaren dan ook een opmerkelijk rustige standplaats zijn geweest. Het station heeft nog steeds een internationale ligging, maar de grenssituatie beperkt het verkeer sterk. Eduard blijft van 25 oktober 1923 tot 1 april 1927 in Vlodrop werkzaam als stationschef 2e klas. Daarmee staat hij ruim drie jaar aan het hoofd van het station.
Van Vlodrop naar Echt
Op 1 april 1927 wordt Eduard overgeplaatst naar Echt. Ook daar wordt hij aangesteld als stationschef 2e klas. Echt wordt zijn laatste standplaats. Hij blijft er ruim vier jaar werkzaam, tot zijn ontslag bij de Staatsspoorwegen op 1 september 1931. Daarmee komt een spoorwegloopbaan van ruim veertig jaar ten einde. Eduard is op 8 mei 1891 als jonge surnumerair begonnen en heeft zich via functies als klerk-telegrafist, goederenklerk en goederenklerk-stationsassistent opgewerkt tot stationschef 2e klas.
Het gezin Penders-Gramtinne
Ook het gezin van Eduard en Elisabeth blijft nauw verbonden met de verschillende spoorwegstandplaatsen van vader. Op 4 juli 1908 wordt aan de Godsweerdersingel in Roermond hun dochter Catharina Francisca Maria Penders geboren. Wanneer Eduard in Zeeland stationschef is, verblijft Catharina vanaf 10 februari 1916 tijdelijk bij haar grootouders aan de Veldstraat 13 in Roermond. Op 30 mei van datzelfde jaar gaat zij weer bij haar ouders wonen, die dan in Swalmen gevestigd zijn. Later verhuist zij met haar ouders mee naar Vlodrop en uiteindelijk naar Echt. Daarmee volgt ook haar jeugd grotendeels de loopbaan van haar vader. Na Eduards pensionering op 1 september 1931 blijft het echtpaar in Echt wonen. Elisabeth Maria Hubertina Gramtinne overlijdt daar op 24 maart 1958. Eduard Penders overlijdt op 17 mei 1968 in het ziekenhuis in Sittard. Hun dochter Catharina Francisca Maria Penders wordt 92 jaar oud en overlijdt op 8 juni 2001.
Van spoorweggezin naar stationschef
De geschiedenis van Eduard Penders is nauw verbonden met de spoorwegen. Zijn vader en moeder werken tientallen jaren bij de Staatsspoorwegen en zijn als wegwachter en wegwachteres verbonden aan spoorwegwachtposten in Nieuwstadt. Eduard kiest vervolgens zelf voor een loopbaan bij hetzelfde bedrijf. Hij begint op 8 mei 1891 als surnumerair in Sittard. Via verschillende standplaatsen en functies ontwikkelt hij zich van klerk-telegrafist tot goederenklerk en vervolgens tot goederenklerk-stationsassistent. In 1913 maakt hij de overstap naar de stationsleiding en wordt hij stationschef op proef in Kruiningen-Yerseke. Vanaf maart 1914 is hij stationschef 3e klas. Na zijn terugkeer naar Limburg is hij achtereenvolgens stationschef in Swalmen, Eijsden en Vlodrop. In Vlodrop werkt hij vanaf 25 oktober 1923 als stationschef 2e klas. Op 1 april 1927 verhuist hij in dienstverband naar Echt, waar hij dezelfde functie blijft vervullen tot zijn ontslag op 1 september 1931. Eduards loopbaan bij de Staatsspoorwegen duurt daarmee ruim veertig jaar. In die periode verandert niet alleen zijn functie, maar ook de aard van de stations waar hij werkt. Hij begint in een tijd waarin telegrafie en administratieve werkzaamheden belangrijke onderdelen van de stationsdienst vormen en eindigt als stationschef in een periode waarin het grensverkeer bij Vlodrop al sterk aan betekenis heeft verloren. Ook zijn gezinsleven volgt grotendeels het ritme van zijn carriere. Zijn dochter Catharina wordt in Roermond geboren en verhuist later met haar ouders mee naar Swalmen, Vlodrop en Echt. De verschillende standplaatsen van Eduard bepalen daarmee in belangrijke mate ook de woonplaatsen van zijn gezin. De geschiedenis van Eduard Penders laat zo zien hoe een spoorwegloopbaan van invloed kon zijn op het hele gezinsleven. Geboren in een gezin dat zelf al nauw met de spoorwegen verbonden was, kiest Eduard op jonge leeftijd voor hetzelfde beroep. Na ruim veertig jaar dienst eindigt zijn loopbaan in 1931 in Echt, na een carriere die hem langs talrijke stations in Limburg en daarbuiten heeft gevoerd. Zijn jaren als stationschef van Vlodrop vormen daarin een belangrijk hoofdstuk, juist omdat hij daar leiding geeft aan een grensstation dat in die periode al een groot deel van zijn vroegere betekenis heeft verloren.

Bent u nazaat van deze persoon of hebt u herinneringen aan hem/haar, laat dan hier uw reactie achter.

naam: *
e-mail: *
Toon mijn mailadres niet op de site
los deze som op **
Uw opmerking of vraag: *

* verplicht veld
** omdat er blijkbaar nogal veel spam op dit formulier wordt ingevuld (die ik dan handmatig moet verwijderen) moet je deze eenvoudige som oplossen om te tonen dat je geen spam robot bent.
N.B. Voor diegenen onder jullie die niet zo'n ster in rekenen zijn: het antwoord is dus 2.