Geavanceerd
spoorkaart
spoorlijnen
tijdlijn
typen stations
reisplanner
stationschefs
nieuws
bronnen
links
literatuur
FAQ
contact
overig
© disclaimer
Het Spoorweg-Station „Loenen—Vreeland" van de Nederlandsche Bijnspoorweg- Maatschappij. ( - 9 feb 1888)

Het Spoorweg-Station „Loenen—Vreeland" van de Nederlandsche Bijnspoorweg- Maatschappij.

9 feb 1888

Mijnheer de Redacteur!

Vergun mij in uw veelgelezen blad een weinig plaatsruimte voor het onderstaande:

Blijkens een bericht uit Vreeland aan het Utr. Dagbl., zal eerlang bovengenoemd station, indien het op zijn tegenwoordige plaats blijft, wegens de uitvoering van het Merwede-Kanaal, niet anders zgn te bereiken, dan per pont over het Kanaal, of langs een omweg, terwijl in elk geval een gevaarlijke toegangsweg tusschen Spoorweg en Kanaal bereden zal moeten worden, waarom men de hoop koestert, dat het Station naar den Rijksstraatweg, waarvan het thans op geringen afstand verwijderd is, mocht worden verplaatst.

t Is met het oog op het bovenvermelde misschien niet van belang ontbloot, al zg het ook slechts in het kort, te weten, wat de oorzaak is, dat het station Loenen-Vreeland, in vergelijking met andere plaatsen, op zoon betrekkelijk verren afstand van beide dorpen (ongeveer % uur gaans van elk dorp) werd geplaatst, waarom ik het volgende aanstip. t Was in het jaar 1841; de Rijnspoorweg-Maatschappij had hare lijn geopend en voor de dorpen Abkoude, Breukelen en Maarsen, alsmede voor het fort Nieuwersluis stationsgebouwtjes (wel is waar zeer primitief) doen oprichten; Loenen en Vreeland echter moesten zich met een „halt behelpen, ter hoogte van de zoogenaamde Vreelandsche laan, circa halfweg Vreeland en Loenersloot, en wel omdat de Heer Van Reenen, ambachtsheer van Loenen en eigenaar van het aan den spoorweg grenzende land, weigerde een stukje grond voor een stationsgebouw af te staan. Toen nu die toestand, zeer ten ongerieve der passagiers voor die beide plaatsen, een paar jaren had geduurd, stelde de toenmalige kantonrechter van Loenen, de Heer Van der Brugghen, zich in verbinding met den Heer Donker Curtius, destijds directeur der Rijnspoorweg-Maatschappij, ten einde te tiachten althans voor Loenen een station te verkrijgen ; de Maatschappij was bereid voor Loenen en Vreeland een stationsgebouw te doen zetten, mits haar daarvoor een stuk gronds ter beschikking werd gesteld. De geschiktste plaats voor het station werd toen, bij gebrek aan beter, bevonden te zijn die, waar het zich thans nog bevindt, zgnde op ongeveer gelijken afstand van Vreeland en van Loenen. Genoemde Heer van Reenen was echter, gelijk gezegd, niet genegen, zelfs voor hoogen prijs, een stukje van zijn grond voor het beoogde doel af te staan, terwijl ook zijne bemoeiingen destijds oorzaak zgn geweest, dat de spoorbaan, welke aanvankelgk veel dichter bg het dorp Loenen, (nagenoeg vlak er achter) gerooid was, op den tegenwoordigen verren afstand van dat dorp is aangelegd, waaraan ook het tegenwoordig stationsgebouw zijn verwijderde ligging te danken heeft. Meergemelde Heer Van Reenen, iemand van den ouden tijd, verkeerde namelijk in de meening, dat het in het algemeen belang der dorpen zou zijn indien een spoorweg zoo ver mogelgk daarvan verwijderd werd gehouden, opdat die daardoor zoo weinig mogelgk afbreuk zou doen aan de diligence onderneming van V. Gend & Loos, wier wagens de door de Rijnspoor aan te doene dorpen dagelijks passeerden. Eindelijk werd na veel moeite een stukje gronds verkregen, jui3t groot genoeg voor het te maken stationsgebouw.

Aangezien echter de toegangsweg tot het station ook nog heden, althans bg slecht weer, veel te wenschen overlaat, zou eene verplaatsing van het stationsgebouw naar den Rijksstraatweg, gelijk in bovengenoemd bericht wordt bedoeld, zeker wenschelijk zijn. U mijnheer de redacteur inmiddels dank zeggende Toor de verleende plaatsruimte, noem ik mij Uw getrouwe lezer en dw. dn. C. v. d. B. v. Lt., ov.d-inwoner van Loenen.

Amsterdam, Jan. 1888.