of:
home
zoeken
spoorkaart
spoorlijnen
tijdlijn
typen stations
reisplanner
nieuws
agenda
te koop
bronnen
links
literatuur
FAQ
contact
gastenboek
inloggen
overig
© disclaimer

Nieuws behorende bij station Waalwijk

17 dec 2003 Spoorwegtracé Waalwijk : Visie voor spoortracé afgerond (Brabants Dagblad)
Een veilige en comfortabele fietsroute, veel parkachtig groen en waterpartijen langs de hele route. Dat zijn de uitgangspunten van de visie voor het bijna vijf kilometer lange spoorwegtracé dat dwars door Waalwijk loopt. Gisteren heeft het college in
vanwege auteursrechten is dit artikel niet in zijn geheel te lezen op de site

4 aug 2001 Spoorrails herinneren aan glorietijd (Brabants Dagblad )
04 08 2001, Het grote uitlegbord naast het vroegere spoorwachtershuisje bij de Eindstraat in Drunen is van zijn functie ontdaan. Het dikke glas is volledig aan gruzelementen geslagen en de informatieve tekst is verdwenen. Graffiti is er voor in de pl
vanwege auteursrechten is dit artikel niet in zijn geheel te lezen op de site

7 jun 1941 Brabantsche opinie over Brabantsche stations (Noordbrabantsch dagblad het huisgezin )
„Weet je waar je eens over moet schrijven? Over de stations in Brabant! Over het feit, dat wij in de heele provincie maar twee behoorlijke stations hebben en dat de rest zoo ongeveer het midden houdt tusschen een mooi kippenhok en een leelyk abattoir!" Het was een goede oude bekende, een Brabander van de goeie soort, die ons ongevraagd deze tip gaf. We kennen den man al jaren, weten dat hij een gezonden kijk heeft op vele zaken, dat hij Brabantsch openhartig is en niet gewoon om een blad voor zyn mond te nemen. Ook weten we echter, dat, hy nog al eens graag critiek uitoefent, al is die dan meestal van goedhartigen aard en bedoelt hij het allemaal niet zoo hevig als hij het zegt. We waren daarom een beetje terughoudend en reageerden voorloopig alleen maar met een vermanend: „Nou, nou". „Niks te nou-nouen", zei de ander, „je weet, ik weet m'n weetje en ik zeg je, dat het met de stations in Brabant — uit architectonisch en aesthetisch oogpunt bezien — treurig gesteld is. Vroeger lette je daar niet zoo op, je had gewoonlijk te veel haast,; maar nu het reizen weer in een langzamer tempo gaat, de treinen dunner gezaaid en nog al eens te laat zijn, nu valt het op. Het is me den laatsten tijd herhaaldelijk overkomen, dat ik — op een trein wachtende — langen tijd tegen stations zat aan te staren. Van de tien keer dat dat gebeurde, heb ik me negen keer zitten „ergeren" „Erger je je nu ook?" vroegen we en wezen door het café-raam op het Bossche station. „Ik zeg toch, dat er twee uitzonderingen zijn! Daar is Den Bosch er één van. Maar dat station is dan ook van Cuypers". „Laatst heb ik eens iemand hooren zeggen, dat de Cuypersen maar twee dingen gebouwd hebben: kerken en bisschoppelijke paleizen. Die bisschoppelijke paleizen zijn dan soms in gebruik als stations, soms als rijksmuseum. ..." „Die vent kan zeggen wat-ie-wil, maar tegen dit station kyk je tenminste met plezier aan. Daar zit stijl in en lijn en fantasie. In ieder geval is het niet, zooals de meeste andere, behalve veilig, ook nog vlug en voordeelig gebouwd". „Er was nog een uitzondering, als ik je goed verstaan heb".

„Ja, Roosendaal! Ik weet niet eens wie daar de architect van is en het kan best zIJn, dat het nog mooier had gekund, maar het is een station, dat er wezen mag. Het is royaal van proporties en het beheerscht zyn omgeving. Daar loopen de treinen inderdaad „binnen"; en al staan er tien treinen op volle stoom, dan bluft het station ze nog de baas. In veel andere plaatsen is het zóó: als de trein binnen komt, dan zie je het heele station niet meer, dan domineert de trein en de snuivende locomotief! 'Eigenlijk komt de trein niet „binnen!", hy komt alleen maar even „langs". Je krygt den indruk dat het louter goeiigheid van 'm is, dat ie stopt. Hij had het stationnetje net zóo goed over bet hoofd kunnen zien!" „Alle stations kunnen toch niet even groot zijn?" „Hoeft ook niet. Maar het minste wat je er van verwachten moogt, is toch, dat ze op een station lijken", „Doen ze dat dan niet?" „Nee dat doen ze niet. Dat weet je zelf net zoo goed als ik. Neem ze maar een voor een. Bergen op Zoom. Als je door de Stationsstraat komt aanwandelen, dan zie je een ding wat eigenlijk nog het meeste lukt op een broeikas. Je verwacht daarbinnen geen treinen te vinden maar meloenen of komkommers!" „Asperges!" „Goed, asperges, maar in ieder geval geen treinen! Komt er dan toch een, stap je er in en rij je naar het Oosten, dan passeer je in Wouw een soort duiventil, of zoon klepkooi, waar ze vinken in vangen. In Breda krijg ik steeds den indruk, dat 't nog niet af is, dat ze nog aan het bouwen zijn en dat het een kippenren moet worden voor een heel groot hoenderpark. Tilburg is niet veel beter. Eigenlijk is het twee keer zoo erg, want het heeft twee verdiepingen! Het lijkt op een ouderwetsch buitenhuis, met een schrikkelijk leelijke serre er voor. In Eindhoven is er één geluk; dal het Stationsplein maar klein is, zoodat je het station niet zoo goed kunt zien. Maar als je het ziet en ze zeggen je, dat het 'n abattoir is, dan geloof je het direct". „Maar dan toch een mooi abattoir!" „Nee, een leelijk! Ook dat nog. Nou, en dan krijg je Helmond. Ik weet niet wie het geweest is, maar er moet eens een ondeugend journalist een brief uit Hollywood aldus hebben laten aanvangen: „Hollywood, na Helmond de leelijkste stad van de wereld " Dat zal wel overdreven zijn, maar het station is in ieder geval niet veel zaaks. Goddank heeft het tegenwoordig tenminste een klok! De Helmondenaren hebben er jarenlang over geklaagd, dat ze niet eens een stationsklok hadden.... Dan is Boxtel eigenlyk veel beter af, dat heeft heelemaal geen station. Dat heeft aan de straat alleen maar een groot gat, waardoor je onder de rails naar de perrons kunt komen." „Dat is een eiland-station", merkten wy deskundig op. „Kan best wezen, maar eilanden moeten ze in het water leggen, niet midden in een stad! Op de lyn van Roosendaal naar het Noorden. is het al niet veel beter. De stations van Oudenbosch en Zevenbergen schijnen specimen te zijn van een soort massa-product, op één werf in elkaar getimmerd en kant en klaar afgeleverd. Het zijn net zoon soort koekoeksklokken....

Nee, dan zie ik nog liever de stationnetjes van de Langstraat. Die zijn ook niet mooi; in het industriestadje Waalwijk is het precies hetzelfde als in het landelyke Lage Zwaluwe het laatste heeft het voordeel, dat maar heel weinig menschen het aan den voorkant te zien krijgen, men stapt hier veel „over" doch weinig „uit" — maar zij bieden althans den stationchefs een prettige bovenwoning!" „En wat wou je daar nu allemaal mee zeggen?" „Ik wou maar zeggen, dat het hoog tijd wordt, dat de Nederlandsche spoorwegen meneer van Ravensteijn naar Brabant sturen, met een hele groot koffer, boordevol met mooie krullen, vlotte lijnen en speelsche vlakken om daar onze stations mee op te knappen." „Ik heb pas nog van het Utrechtsche station — dat is toch van Ir. van Ravensteijn? — hooren zeggen: dat het een „Neo-barok brouwsel"' was, „dat feitelijk op de maan thuis hoort"'. „Kan best zijn, dat het op de maan thuis hoort, maar is dat voor een station geen verdienste? Kijk eens, in ieder van ons, al zijn we nog zoo oud en wijs, blijft iets voortleven van het kind, dat graag „met het spoortje mee gaat". In ieder van ons leeft de drang te reizen naar verre en vreemde landen. Is het dan niet goed, dat we reeds bij het betreden van het station den indruk krügen van iets vreemds, iets dat ver weg is en geheel anders dan we gewoon zijn? Stappen we dan niet met een prettig gevoel en grooter verwachtingen in den trein, die ons mee zal nemen naar oorden — het kan me niet schelen waar, desnoods op de maan! — maar waar het in ieder geval anders is als thuis! Geven de vloeiende lijnen van v. Ravensteijn ons niet reeds een voorproefje van de snelheid, waarmee de trein ons daar heen zal brengen? Voel je dan niet...." „Wacht nou eens -even, voel jij dan niet, dat je geweldig door zit te slaan? Je meent toch zeker niet in ernst, dat ik al dat gedaas in de krant moet zetten?" „Ja, dat meen ik wel! Je kunt er natuurlijk bij vertellen, dat ik een beetje een rare vent ben en je zegt maar tegen de lezers, dat ze mij met een korreltje zout moeten nemen en dat ik het allemaal niet zoo kwaad bedoel, maar je moet er geen twijfel over laten bestaan, dat hel werkelijk hard noodig is, dat er eens naar de Brabantsche stations wordt omgekeken. Als je we op den man of vraagt, hoe een station er uit moet zien om een echt station te zijn, dan zou ik je dat niet eens precies kunnen vertellen, maar in ieder geval moet het niet op een broeikas lijken en niet op een abattoir, niet op een duiventil en niet op een koekoeksklok!....

Naschrift webmaster:
Het is maar goed dat meneer niet in onze tijd leeft, want wat er nu staat is toch veel minder mooi dan alles wat meneer lelijk vond en intussen is afgebroken.

2 nov 1895 Ingezonden. Primitief en Grootscheeps (Het nieuws van den dag )
In Het N. v/d Dag, No. 7896, 1e Blad, komt een ingezonden stukje voor om te doen uitkomen, dat de spoorwegmaatschappijen, hier te lande, dan erg royaal zijn en dan op een dubbeltje doodblijven.

Een staalkaart van grootheid en armoede biedt vooral de lijn s-Hertogenbosch—Zwaluwe aan.

Op dit lijntje, dat een sneltrein binnen het uur afrijdt, telt men behalve de eindstations, twintig (zegge twintig) stations, wachtposten — waar gestopt wordt — en halten. De eersten, als Vlijmen, Drunen— Heusden, Waalwijk—Besoijen, Kaatsheuvel-Capelle, Geertruidenberg en Hooge Zwaluwe, zijn in optimaforma. Dan krijgen wij eenige burgerwoningen die als stations dienst doen. De afluibel is een groote Burgemeesters-schel, hangende aan een ijzerdraadje, en de stationschef, die daar manusje van alles is, neemt het handvat en luidt af. Perron en wachtkamer zijn meer dan primitief.

De wachtposten zien er zeer netjes uit, maar het zijn geen wachthuizen voor het reizend publiek. Wanneer het regent of sneeuwt, of het vriest dat het kraakt, dan is het alleen een gunst van dan wachter, wanneer men dat heiligdom mag binnentreden.

De halte Baardwijk is een der primitiefste ! Hier heeft men alleen een perron met een bord, hangende tusschen twee palen, waarop staat „Baardwijk". Als men hier afstapt moet men een gevoel krijgen of men zich in de woestijn van Sahara bevindt. Die halte ligt ongeveer 10 minuten buiten de kom van het dorp. Bij regen en wind, .. . aangenaam wachten !

De tafelbel, in het ingezonden stukje door J. H. v. G. bedoeld, kan men ook in werking zien aan het station (sic) Berchem, lijn Tilburg—Nijmegen. Wordt het niet meer dan tijd, dat er bij de spoorwegmaatschappijen in alle opzichten eens schoonschip gemaakt wordt! In welke landen, behalve in het onze, vindt men zulke trotsche stations, zulke magere beambten, zulke dure personentarieven en zulke slechte aansluitingen ? Die het weet, die zegge het! A. L. X.